m30ctetonn8brzeq 1xoi1weblb2csxij78cdk6aqhyjpg

-Sid Lukkassen- Optimisme is lafheid!

Opinie03 apr , 17:30

Gister bezocht ondergetekende het museum MORE, oftewel Kasteel Ruurlo, waar schilderijen te zien zijn die vallen onder de stroming van het ‘magisch realisme’ oftewel het ‘imaginair realisme’, het woord dat de schilder Carel Willink liever gebruikte voor zijn kunststijl. Het zijn werken die een mysterieuze en onwerkelijke sfeer oproepen.

Zorgen toen en nu

Net als veel lezers vandaag, maakte Willink zich zorgen over de toekomst – en terecht, zo bleek wel. Hij maakte de crisisjaren door en de beurscrash. De economische depressie en de opmars van communisme, fascisme en nazisme zorgden voor onzekere tijden. Aanvankelijk ging hij mee in de opkomst van experimentele schilderstijlen, zoals kubisme en futurisme. Omdat hij echter veel kunststromingen had zien komen en gaan in een betrekkelijk korte tijd, werd hij hier al snel moe van. Willink keerde terug naar een realistische schilderkunst. Volgens hem de beste wijze om iets met een duurzame, tijdloze aard aan de wereld na te laten.

De zorgen die Willink voelde over de economische crisis, kunnen wij vandaag vervangen door zorgen over een stagnerende economie in Europa, oplopende spanningen tussen de wereldmachten en het ongeremd bijdrukken van fiatgeld, wat zal moeten worden opgehoest (althans in Europa), door een bevolking die sterk vergrijst.

Communisme, nazisme en nazisme zijn vervangen door militant antiracistische en tegelijk zelf racistische bewegingen, zoals Kick Out Zwarte Piet. De Jodenhaat van de jaren dertig is weer helemaal terug én mainstream, dankzij de unholy alliance tussen links en islam. Dit zien we in de pro-Hamas en pro-Palestina demonstraties, onder meer aan Nederlandse universiteiten. Ook het communisme is springlevend, nu in een groen jasje: met Central Bank Digital Currency, programmeerbare digitale euro’s, de digitale identiteit, CO2-budgetten en kortom, de ‘groene droom’ en de ‘maatschappelijke opgave’ waarop geen enkele democratische rem meer bestaat. In de bezoekersgids las ik een geweldig citaat van Willink:

“Mijn zucht, schilderijen te maken, die technisch zo af waren dat zij een tijdlang mee konden, is eerder geboren uit een uiterst pessimistisch levensbesef, dan uit een optimistisch geloof in een betere toekomst. Zij waren de enige reële objecten tussen alle onzekerheden.”

Paraguay

Tijdens het bezichtigen van de schilderijen en het doordenken van dit citaat, drong zich een episch gesprek in herinnering, dat enkele maanden geleden plaatsvond met Jeroen Pols. Een Nederlands mediateam was hem in Paraguay komen opzoeken, en had de vraag gesteld: “Maar Jeroen, je maakt je zorgen over zoveel dingen in Nederland en in Europa. Maar wat nu, als het allemaal niet uitkomt?”

Hierop had hij geantwoord: “Grappig dat je dat zegt. Mijn buurman hier in Paraguay, komt uit een gezin dat is gevlucht vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De buurman daarnaast komt uit een gezin dat is gevlucht voor de Tweede Wereldoorlog. En de man die ik gister op bezoek had, komt uit een familie die vluchtte voor de Russische Revolutie. We kunnen moeilijk zeggen dat die vooruitzichten ‘te pessimistisch’ of ‘te somber’ waren.” Ik denk dat die mensen erg dapper waren. Terwijl iedereen om hem heen het gevaar zat te downplayen, durfden hun voorouders op het eigen oordeel te vertrouwen en zich letterlijk los te wrikken uit de omgeving waarin ze geworteld waren. Dit vereist veel meer moed dan lafjes wegkijken.

Vervolgens moesten Jeroen en ik nóg harder lachen. “Moet je nagaan Sid, alles wat we menen te zien, is gebaseerd op overdrijving, op doemdenken. Het zijn illusies. Morgen zul je wakker worden, en dan blijkt: je bezit gewoon een eigen huis en hebt een baan aan een Nederlandse universiteit!”

Kan me niet herinneren waarin ik voor het laatst zó hard gelachen heb. Als ik er nu aan denk, moet ik er wéér om lachen. Maar welbeschouwd is het eigenlijk om te huilen.

Linkse stemmingmakerij en hypocrisie

Want neem nu een Frans Timmermans, de leider van GroenLinks PvdA, of een tijdje terug, Sigrid Kaag. Zo in der periode tussen 2015 en 2020, prentten zij ons voortdurend in, om optimistisch te blijven en het ‘geloof in de goede zaak’ te behouden. De kiezers moesten met opgeheven hoofd blijven lopen en vooral niet toegeven aan de sombere analyses en de ‘angstpropaganda’ van de ‘populisten’.

En nu vandaag horen we niet anders van diezelfde ‘progressieve’ types dan dat Rusland op het punt staat om Europa met een kernkop van de kaart te vegen, dat we onze ‘sneuvelbereidheid’ moeten opkrikken, en oh ja, gewoon maar even kruisraketten afschieten naar Russisch grondgebied, wil Frans Timmermans. “Gewoon doen, nú is het moment!” zo zei hij. Wat een lafheid, hoe makkelijk draaien zij met elke wind. En ons al die tijd maar inpeperen dat we ‘optimistisch’ moesten zijn. En nu zijn ze zelf mede verantwoordelijk voor het ontketenen van een potentieel nucleaire Apocalyps waarin wij gewone burgers de kogels en granaten moeten vangen…

Teloorgang van ‘optimistische’ VVD

Als je als jonge man zegt dat optimisme op lafheid berust, moet je er rekening mee houden dat de wereld dit niet serieus neemt. Maar nu ik met 37 jaar op de helft van mijn leven ben aangekomen, durf ik dit met stelligheid te herhalen. De koers van de VVD, waarvan ik de werdegang als actief lid van dichtbij meemaakte, is alleszeggend in dit licht. Het begon met wat serieuze analyses, waar ondanks de puinhopen die Dijkstal en Van Aartsen achterlieten, nog steeds ideologische helderheid en analytische nieuwsgierigheid in te vinden was.

Na de strijd tussen Rutte en Verdonk werd het echter één grote PR-show: een tennisvereniging waar niet meer getennist werd, zo duidde ik dit in Kerkgangers en Zuilenbouwers (2018). Het beeld van gemoedelijk ‘jongens onder elkaar’ die een portie bitterballen wegprikken met een goudglanzend glas bier in de nazomerzon, maar óh wee als je over politiek begint! Veel te eng, te serieus, te naargeestig. We kregen carnavalsshows en ‘stand up politics’. Inclusief een ongeïnspireerd reclamespotje waarin Rutte iets zei over “een vaasje heel houden”. Critici werden weggezet als ‘schreeuwers langs de zijlijn’. We waren een ‘gaaf land’ van ‘doeners’…

Wel, dat hebben we geweten. Achteraf gezien was dit één en al lafheid. Een optimistisch masker om pijnlijke discussies uit de weg te gaan. Zoals over de geopolitieke irrelevantie van Europa en het krimpen van de middenklasse. De Duitse filosoof Oswald Spengler heeft het krachtig verwoord:

“The danger is so great, for every individual, every class, every people, that it is pathetic to delude oneself. Time cannot be stopped; there is absolutely no way back, no wise renunciation to be made. Only dreamers believe in ways out. Optimism is cowardice.” (Bron: Man and Technics, 2015, p. 77.)

Sfeer boven inhoud

Een paar jaar terug woonde ik een belangrijk overleg bij met meerde publicisten en politici, het was een ernstig gesprek op hoog niveau. Plots kwam Baudet binnenlopen. Hij zei: “We moeten af van deze bittere energie – we moeten flamboyant zijn, uitbundig, Bourgondisch. We moeten niet peinzen maar lachen!” Ik zei: “Dat is makkelijk gezegd als je een Kamerzetel hebt en 6 k per maand pakt.” Je kon een speld horen vallen toen ik dat zei. Maar Baudet pakte het kameraadschappelijk op. Ik zou columns gaan schrijven en óók een huis kunnen kopen, enzovoorts. Echter, die columns waren verbonden aan het maken van stukken die eigenlijk beleidsadviezen waren, maar dan in een ZZP-constructie waarbij de publicatie, en dus de facturatie, niet eens gegarandeerd was.

Het leek me geen goede constructie: ik schreef de columns, inclusief beleidsanalyse, en dan hadden zij mijn ideeën en konden ze bepalen of ze die wel of niet zouden publiceren en financieel compenseren. Zónder een beleidsmedewerker te hoeven aannemen. Opnieuw bleek het optimistische bravoure een tijdelijke uitvlucht te zijn geweest. Om ‘de sfeer erin te houden’ in die situatie, maar niet om echt door te pakken en iets substantieels te bieden voor de lange termijn.

Epische faal multiculti-utopie

Toen ik in Brussel woonde was ik bevriend met een collega publicist. Elke twee maanden gingen we uit eten en spraken vaak over politiek. Ik uitte zorgen over de massa-immigratie. Hoe kon Merkel nu gaan van “Der Ansatz für Multikulti ist gescheitert, absolut gescheitert!” in 2010 (realiteitszin) naar “Wir schaffen das! ” (optimistisch bedrog) in 2015?

Hij zei dat de Europese Commissie al aan het draaien was, dat er gauw verandering zou komen, en dat een mens “de plicht heeft om optimistisch te zijn”. Ik vroeg wat dat betekende. Er kwamen meer vage algemeenheden. Een paar jaar later, rond de rel van het hotel in Albergen, dat plots immigranten ging opvangen, vroeg ik nog maar eens na, wie van ons nu meer gelijk had gekregen. Meneer zweeg als het graf. Inmiddels had hij een mooi baantje als landbouwlobbyist…

Vals Masker

Vanuit alle perspectieven bezien – van links, tot centrumrechts tot rechts op de flanken – overal en altijd is optimisme lafheid. De enige uitzondering is misschien Zuid-Amerika. Je komt aan op een punt waar je niets meer te verliezen hebt, en daar zijn we nu. Als je optimisme aantreft – of het nu bij een links of een rechts persoon is – prik dóór. Er zit bijna nooit iets van gewicht achter en het is bijna altijd een masker om een diep existentieel onbehagen weg te drukken!

We concluderen met een eigen variant op het citaat van Willink:

“Mijn zucht, boeken te schrijven, die technisch zo af zijn dat zij een tijdlang mee kunnen, is eerder geboren uit een uiterst pessimistisch levensbesef, dan uit een optimistisch geloof in een betere toekomst. Het zijn de enige reële objecten tussen alle onzekerheden.”

Schrijf u in voor Sid’s nieuwsbrief en steun hem via BackMe!

Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten