Gister bezocht ondergetekende het museum MORE, oftewel
Kasteel Ruurlo, waar schilderijen te zien zijn die vallen onder de stroming van
het ‘magisch realisme’ oftewel het ‘imaginair realisme’, het woord dat de
schilder Carel Willink liever gebruikte voor zijn kunststijl. Het zijn werken
die een mysterieuze en onwerkelijke sfeer oproepen.
Zorgen toen en nu
Net als veel lezers vandaag, maakte Willink zich zorgen over
de toekomst – en terecht, zo bleek wel. Hij maakte de crisisjaren door en de
beurscrash. De economische
depressie en de opmars van communisme, fascisme en
nazisme zorgden voor onzekere tijden. Aanvankelijk ging hij mee in de opkomst
van experimentele schilderstijlen, zoals kubisme en futurisme. Omdat hij echter
veel kunststromingen had zien komen en gaan in een betrekkelijk korte tijd,
werd hij hier al snel moe van. Willink keerde terug naar een realistische
schilderkunst. Volgens hem de beste wijze om iets met een duurzame, tijdloze
aard aan de wereld na te laten.
De zorgen die Willink voelde over de economische crisis,
kunnen wij vandaag vervangen door zorgen over een stagnerende economie in
Europa, oplopende spanningen tussen de wereldmachten en het
ongeremd bijdrukken van
fiatgeld, wat zal moeten worden opgehoest (althans in Europa), door een
bevolking die sterk vergrijst.
Communisme, nazisme en nazisme zijn vervangen door militant
antiracistische en tegelijk zelf racistische bewegingen, zoals Kick Out Zwarte
Piet. De
Jodenhaat
van de jaren dertig is weer helemaal terug én mainstream, dankzij de
unholy alliance tussen
links en islam.
Dit zien we in de pro-Hamas en pro-Palestina demonstraties, onder meer aan
Nederlandse universiteiten. Ook het communisme is springlevend, nu in een groen
jasje: met Central Bank Digital Currency, programmeerbare digitale euro’s, de
digitale identiteit, CO2-budgetten en kortom, de ‘groene droom’ en de
‘maatschappelijke opgave’ waarop
geen
enkele democratische rem meer bestaat. In de bezoekersgids las ik een
geweldig citaat van Willink:
“Mijn zucht, schilderijen te
maken, die technisch zo af waren dat zij een tijdlang mee konden, is eerder
geboren uit een uiterst pessimistisch levensbesef, dan uit een optimistisch
geloof in een betere toekomst. Zij waren de enige reële objecten tussen alle
onzekerheden.”
Paraguay
Tijdens het bezichtigen van de schilderijen en het
doordenken van dit citaat, drong zich een episch
gesprek in herinnering, dat enkele maanden geleden plaatsvond met Jeroen Pols.
Een Nederlands mediateam was hem in Paraguay komen opzoeken, en had de vraag
gesteld: “Maar Jeroen, je maakt je zorgen over zoveel dingen in Nederland en in
Europa. Maar wat nu, als het allemaal niet uitkomt?”
Hierop had hij geantwoord: “Grappig dat je dat zegt. Mijn
buurman hier in Paraguay, komt uit een gezin dat is gevlucht vlak voor het
uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De buurman daarnaast komt uit een gezin
dat is gevlucht voor de Tweede Wereldoorlog. En de man die ik gister op bezoek
had, komt uit een familie die vluchtte voor de Russische Revolutie. We kunnen
moeilijk zeggen dat die vooruitzichten ‘te pessimistisch’ of ‘te somber’
waren.”
Ik denk dat die mensen erg dapper waren. Terwijl iedereen om hem heen het
gevaar zat te downplayen, durfden hun voorouders op het eigen oordeel te
vertrouwen en zich letterlijk los te wrikken uit de omgeving waarin ze
geworteld waren. Dit vereist veel meer moed dan lafjes wegkijken.
Vervolgens moesten Jeroen en ik nóg harder lachen. “Moet je
nagaan Sid, alles wat we menen te zien, is gebaseerd op overdrijving, op
doemdenken. Het zijn illusies. Morgen zul je wakker worden, en dan blijkt: je
bezit gewoon een eigen huis en hebt een baan aan een Nederlandse universiteit!”
Kan me niet herinneren waarom ik voor het laatst zó hard
gelachen heb. Als ik er nu aan denk, moet ik er wéér om lachen. Maar
welbeschouwd is het eigenlijk om te huilen.
Linkse
stemmingmakerij en hypocrisie
Want neem nu een Frans Timmermans, de leider van GroenLinks
PvdA, of een tijdje terug, Sigrid Kaag. Zo in de periode tussen 2015 en 2020,
prentten zij ons voortdurend in, om optimistisch te blijven en het ‘geloof in
de goede zaak’ te behouden. De kiezers moesten met opgeheven hoofd blijven
lopen en vooral niet toegeven aan de sombere analyses en de ‘angstpropaganda’
van de ‘populisten’.
En nu vandaag horen we niet anders van diezelfde
‘progressieve’ types dan dat Rusland op het punt staat om Europa met een
kernkop van de kaart te vegen, dat we onze ‘sneuvelbereidheid’ moeten
opkrikken, en oh ja, gewoon maar even kruisraketten afschieten naar Russisch
grondgebied, wil Frans Timmermans. “
Gewoon
doen, nú is het moment!” zo zei hij. Wat een lafheid, hoe makkelijk draaien
zij met elke wind. En ons al die tijd maar inpeperen dat we ‘optimistisch’
moesten zijn. En nu zijn ze zelf mede verantwoordelijk voor het
ontketenen
van een potentieel nucleaire Apocalyps waarin wij gewone burgers de kogels
en granaten moeten vangen…
Teloorgang van
‘optimistische’ VVD Als je als jonge man zegt dat optimisme op lafheid berust,
moet je er rekening mee houden dat de wereld dit niet serieus neemt. Maar nu ik
met 37 jaar op de helft van mijn leven ben aangekomen, durf ik dit met
stelligheid te herhalen. De koers van de VVD, waarvan ik de werdegang als
actief lid van dichtbij meemaakte, is alleszeggend in dit licht. Het begon met
wat serieuze analyses, waar ondanks de puinhopen die Dijkstal en Van Aartsen achterlieten,
nog steeds ideologische helderheid en analytische nieuwsgierigheid in te vinden
was.
Na de strijd tussen Rutte en Verdonk werd het echter één
grote PR-show: een tennisvereniging waar niet meer getennist werd, zo duidde ik
dit in
Kerkgangers en Zuilenbouwers (2018).
Het beeld van gemoedelijk ‘jongens onder elkaar’ die een portie bitterballen
wegprikken met een goudglanzend glas bier in de nazomerzon, maar óh wee als je
over politiek begint! Veel te eng, te serieus, te naargeestig. We kregen
carnavalsshows en ‘stand up politics’. Inclusief een ongeïnspireerd
reclamespotje waarin Rutte iets zei over “een vaasje heel houden”. Critici
werden weggezet als ‘schreeuwers langs de zijlijn’. We waren een ‘gaaf land’
van ‘doeners’…
Wel, dat hebben we geweten. Achteraf gezien was dit één en
al lafheid. Een optimistisch masker om pijnlijke discussies uit de weg te gaan.
Zoals over de geopolitieke irrelevantie van Europa en het krimpen van de
middenklasse. De Duitse
filosoof Oswald Spengler heeft het krachtig verwoord:
“The danger is so great, for every individual, every class, every people, that
it is pathetic to delude oneself. Time cannot be stopped; there is absolutely
no way back, no wise renunciation to be made. Only dreamers believe in
ways out. Optimism is cowardice.” (Bron:
Man and Technics, 2015, p. 77.)
Sfeer boven inhoud
Een paar jaar terug woonde ik een belangrijk overleg bij met
meerde publicisten en politici, het was een ernstig gesprek op hoog niveau.
Plots kwam Baudet binnenlopen. Hij zei: “We moeten af van deze bittere energie
– we moeten flamboyant zijn, uitbundig, Bourgondisch. We moeten niet peinzen
maar lachen!” Ik zei: “Dat is makkelijk gezegd als je een Kamerzetel hebt en
6 k
per maand pakt.” Je kon een speld horen vallen toen ik dat zei. Maar Baudet
pakte het kameraadschappelijk op. Ik zou columns gaan schrijven en óók een huis
kunnen kopen, enzovoorts. Echter, die columns waren verbonden aan het maken van
stukken die eigenlijk beleidsadviezen waren, maar dan in een ZZP-constructie
waarbij de publicatie, en dus de facturatie, niet eens gegarandeerd was.
Het leek me geen goede constructie: ik schreef de columns,
inclusief beleidsanalyse, en dan hadden zij mijn ideeën en konden ze bepalen of
ze die wel of niet zouden publiceren en financieel compenseren. Zónder een
beleidsmedewerker te hoeven aannemen. Opnieuw bleek het optimistische bravoure
een tijdelijke uitvlucht te zijn geweest. Om ‘de sfeer erin te houden’ in die
situatie, maar niet om echt door te pakken en iets substantieels te bieden voor
de lange termijn.
Epische faal
multiculti-utopie
Toen ik in Brussel woonde was ik bevriend met een collega
publicist. Elke twee maanden gingen we uit eten en spraken vaak over politiek.
Ik uitte zorgen over de massa-immigratie. Hoe kon Merkel nu gaan van “Der Ansatz für Multikulti ist gescheitert,
absolut gescheitert!” in 2010 (realiteitszin) naar “Wir schaffen das! ”
(optimistisch bedrog) in 2015?
Hij zei dat de Europese Commissie al aan het draaien was,
dat er gauw verandering zou komen, en dat een mens “de plicht heeft om
optimistisch te zijn”. Ik vroeg wat dat betekende. Er kwamen meer vage algemeenheden.
Een paar jaar later, rond de rel van het hotel in Albergen, dat
plots
immigranten ging opvangen, vroeg ik nog maar eens na, wie van ons nu meer
gelijk had gekregen. Meneer zweeg als het graf. Inmiddels had hij een mooi
baantje als landbouwlobbyist…
Vals Masker
Vanuit alle perspectieven bezien – van links, tot
centrumrechts tot rechts op de flanken – overal en altijd is optimisme lafheid.
De enige uitzondering is
misschien
Zuid-Amerika. Je komt aan op een punt waar je niets meer te verliezen hebt,
en daar zijn we nu. Als je optimisme aantreft – of het nu bij een links of een
rechts persoon is – prik dóór. Er zit bijna nooit iets van gewicht achter en
het is bijna altijd een masker om een diep existentieel onbehagen weg te
drukken!
We concluderen met een eigen variant op het citaat van
Willink:
“Mijn zucht,
boeken te
schrijven, die technisch zo af zijn dat zij een tijdlang mee kunnen, is
eerder geboren uit een uiterst pessimistisch levensbesef, dan uit een
optimistisch geloof in een betere toekomst. Het zijn de enige reële objecten
tussen alle onzekerheden.”